30/04/2026

De burgerlijke rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft het hoger beroep van enkele bewoners uit Baasrode ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat deze mensen – die langs de Schelde wonen - niet met voldoende zekerheid konden bewijzen dat hinder door knijten uitsluitend werd veroorzaakt door een ontpolderingsgebied dat door NV De Vlaamse Waterweg werd aangelegd. Bovendien oordeelde de rechtbank dat, gelet op de specifieke omstandigheden, de hinder niet bovenmatig is. De rechtbank ging dan ook niet in op het verzoek van de bewoners om een gerechtsdeskundige aan te stellen.

Feiten

De bewoners (appellanten) van een woning aan de oevers van de Schelde te Baasrode verklaren dat zij sinds mei 2022 op warme(re) dagen enorm last hebben van knijten (zeer kleine muggen waarvan de vrouwtjes bloed zuigen). Volgens de bewoners zijn de knijten afkomstig van het gebied ‘het Groot Schoor’, percelen aan de overkant van de Schelde die door NV De Vlaamse Waterweg in het kader van het geactualiseerd Sigma-plan in 2021 definitief werden omgevormd tot een ontpolderingsgebied. De bewoners houden NV De Vlaamse Waterweg zodoende verantwoordelijk voor de overlast van de knijten.

Beslissing vrederechter

Bij vonnis van 6 februari 2024 wees de vrederechter de vordering van de bewoners af. De rechter oordeelde dat de bewoners niet met voldoende zekerheid bewezen dat de hinder uitsluitend werd veroorzaakt door het ontpolderingsgebied, en dat elke andere oorzaak kon worden uitgesloten.

Beroepsprocedure – aanstelling gerechtsdeskundige

De bewoners gingen tegen dit vonnis in beroep. Daarbij vorderden zij de aanstelling van een gerechtsdeskundige om ter plaatse de situatie te onderzoeken en onder meer advies te verlenen over de vraag of de toename van de knijten inderdaad afkomstig is van het gebied ‘het Groot Schoor’. 

Ondergeschikt vroegen ze de rechtbank om NV De Vlaamse Waterweg te verplichten om tegen 1 maart 2026 de bressen in de Scheldedijk te dichten, zodat het ontpolderingsgebied verdroogt en op die manier de knijten en hun larven verdwijnen. In het andere geval vroegen ze om het ganse ontpolderingsgebied permanent onder water te zetten, of NV De Vlaamse Waterweg maatregelen op te leggen die de hinder zouden stoppen. 

NV Vlaamse Waterweg is van mening dat de toename van de knijten een wijdverspreid en gekend fenomeen is, dat zich echter niet louter voordoet in ontpolderingsgebieden. De toename is het gevolg van een sterke verbetering van de waterkwaliteit in combinatie met klimaatsveranderingen (temperatuursverhogingen). Verder meent NV Vlaamse Waterweg dat zij niet aansprakelijk kan zijn voor de inrichtingswerken, aangezien ze deze uitvoerde in opdracht van de Vlaamse Regering (in het kader van het geactualiseerd Sigmaplan).

Beoordeling burgerlijke rechtbank oorzaak toename knijten

De rechtbank bevestigt het vonnis van de vrederechter en gaat niet in op het verzoek van de bewoners om een deskundige aan te stellen. De rechtbank besluit, net zoals de vrederechter, dat er niet met redelijke mate van zekerheid kan gesteld worden dat de toename van de knijten veroorzaakt werd door het omvormen van de percelen van ‘het Groot Schoor’ naar een ontpolderingsgebied.

De rechtbank baseerde zich hiervoor onder andere op diverse wetenschappelijke studies. Daaruit blijkt dat er een consensus bestaat dat de slikvelden in ontpolderingsgebied een ideale habitat zijn voor knijten. Langs de oevers van de Schelde is er echter ook natuurlijk slik en een getijdenwerking, waar blijkbaar ook knijten – en in toenemende mate - voorkomen. De cruciale vraag of door het ongedaan maken van het ontpolderingsgebied de knijten zouden verdwijnen, of minstens de toename zou verminderen, blijft op heden dus onbeantwoord. 

Beoordeling bovenmatige hinder

Ook al zou de toename van de knijten afkomstig zijn van het gebied ‘het Groot Schoor’, dan nog oordeelt de rechtbank dat de burenhinder - gelet op de zeer specifieke omstandigheden - niet bovenmatig is. De rechtbank twijfelt niet aan de hinder van de knijten die de bewoners oprecht ervaren. Maar dit is echter niet voldoende voor de toepassing van de bepalingen inzake burenhinder.

De rechtbank hield bij haar beoordeling rekening met volgende elementen:

  • De bewoners kozen er zelf voor om een woning te huren aan de oever van de Schelde, in de nabijheid van een natuurgebied.

  • De knijtenhinder doet zich enkele uren per dag voor (voornamelijk de valavond) en dit gedurende enkele maanden per jaar op warme(re) dagen (de zomer- en nazomer). 

    NV De Vlaamse Waterwegen is de situatie van de knijten reeds lang aan het monitoren en onderzoeken. Zij heeft in het gebied ‘het Groot Schoor’ ook al diverse maatregelen genomen, zoals het plaatsen van vallen in het gebied zelf en in tuinen van omwonenden. Er werden ook optimalisatiewerken uitgevoerd. De rechtbank benadrukt dat deze maatregelen, het uitgevoerde onderzoek en de monitoring ertoe bijdragen dat de hinder van de knijten niet bovenmatig is. NV De Vlaamse Waterwegen is wel gehouden om deze werkwijze verder te zetten.

  • De bewoners erkennen ook dat sinds de zomer van 2025 de hinder afneemt, mede als gevolg van de groeiende aanwezigheid van vegetatie in het ontpolderingsgebied, wat het aantal natuurlijke vijanden van de knijten doet toenemen. 

  • Het ontpolderen van het gebied ‘het Groot Schoor’ was een gevolg van het geactualiseerd Sigmaplan, dat inzet op bescherming tegen overstromingen en natuurontwikkeling en -herstel. Het plan geeft hiermee ook invulling geeft aan EU-doelstellingen zoals onder meer de Habitat- en Vogelrichtlijn. De omvorming tot het ontpolderingsgebied strekt dus tot het algemeen openbaar belang.

Beoordeling verleende omgevingsvergunningen

De rechtbank gaat ook niet in op het verzoek van de bewoners om de verleende omgevingsvergunningen van 2012 en 2016 onwettig te verklaren.

U kan het volledige (geanonimiseerde) vonnis nalezen in onderstaand document.