Vroeger moest eerst een rolrecht betaald worden door de eisende partij vooraleer een zaak op de rol kon worden ingeschreven, zoniet kon de zaak niet behandeld worden. Nadien werd door de rechter beslist wie het rolrecht uiteindelijk moest dragen.
Vanaf 1 februari 2019 moet het rolrecht niet langer meer worden betaald door de eisende partij op het ogenblik dat de zaak op de rol wordt ingeschreven. Zodra de rechter in de zaak een eindbeslissing neemt zal hij ook beslissen wie de rolrechten moet betalen.
Het rolrecht wordt ook betaalbaar op het moment dat de zaak op verzoek van partijen op de rol wordt doorgehaald of ingeval deze ambtshalve door de rechter van de rol wordt weggelaten.
Wie hoger beroep wenst in te stellen moet er rekening mee houden dat de rolrechten waartoe hij door de rechter in eerste aanleg eventueel werd veroordeeld eerst moeten betaald worden vooraleer de zaak kan worden ingeleid in graad van hoger beroep.
Tarieven
Vredegerechten en politierechtbanken
50 euro
Rechtbanken van eerste aanleg en ondernemingsrechtbanken (vroegere rechtbanken van koophandel)
165 euro
Hoven van beroep
400 euro
Hof van Cassatie
650 euro