06/11/2026

De correctionele rechtbank van Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar wegens ernstige zedenfeiten met minderjarige meisjes. Om de maatschappij bijkomend te beschermen, wordt de man na afloop van zijn gevangenisstraf 15 jaar ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank.

Feiten 

Op 16 mei 2025 deed een vrouw aangifte bij de politie van feiten van kindermisbuik en ernstige zedenfeiten. Deze feiten werden gepleegd door haar buurman (beklaagde), ten nadele van één van haar minderjarige dochters. Nadat hij de feiten eerst ontkende, legde de beklaagde bij een tweede verhoor op eigen verzoek bekentenissen af. Hij verklaarde dat hij, naast het ene buurmeisje, ook haar minderjarige zusje en een ander minderjarig meisje had misbruikt. Hierna werd hij gearresteerd. 

Tijdens een huiszoeking in zijn woning werden diverse gegevensdragers in beslag genomen. Daarop waren onder andere beelden van het misbruik te zien. Op een onderzochte USB-stick werden in totaal 22.806 afbeeldingen aangetroffen van minderjarige meisjes. De politie vond ook beelden waarop de beklaagde seks had met een sekswerker, zonder dat zij wist dat hun daden gefilmd werden.

Tenlasteleggingen 

Op basis van het onderzoek moest de beklaagde zich voor de correctionele rechtbank in Oudenaarde verantwoorden voor:

  • verkrachting *  ** ***
  • verkrachting met behulp van geweld van kinderen geen volle 10 jaar oud ***
  • aantasting van de seksuele integriteit *  **  ***
  • vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
  • bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
  • voyeurisme door opname

* Met de omstandigheid dat de niet-consensuele seksuele handelingen werden gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd duidelijk was of de betrokkene bekend was.

** Met de omstandigheid dat de niet-consensuele seksuele handelingen werden gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud was.

*** Met de omstandigheid dat de niet-consensuele seksuele handelingen werden gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het slachtoffer bevond.

Strafmaat

De rechtbank heeft de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. Na afloop hiervan wordt hij ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank voor een periode van 15 jaar. Dit betekent dat de strafuitvoeringsrechtbank zal beoordelen of de beklaagde in aanmerking komt voor vrijlating of dat hij langer in de gevangenis moet blijven.

Er geldt een contactverbod van 20 jaar met de slachtoffers en hun ouders. Daarnaast mag de beklaagde gedurende die termijn niet in de gemeenten Brakel en Geraardsbergen wonen (inclusief deelgemeenten). Hij mag gedurende 20 jaar ook niet in het onderwijs werken, geen lid zijn van verenigingen waar minderjarigen zijn aangesloten en niet deelnemen aan activiteiten waarbij minderjarigen zijn betrokken. Tenslotte wordt de beklaagde voor een termijn  van 5 jaar ontzet uit zijn burgerrechten.

Burgerlijke belangen

Aan de minderjarige kinderen moet de beklaagde een totale provisionele schadevergoeding van 32.500 euro betalen. Er wordt voorbehoud verleend om een gerechtsdeskundige aan te stellen om de definitieve schade van de kinderen te begroten. Daarnaast moet de beklaagde een effectieve morele en materiële schadevergoeding van 13.040,94 euro en een rechtsplegingvergoeding van 5.494,18 euro betalen. 

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat en de schadevergoeding hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:

  • De bijzonder ernstige en verregaande zedenfeiten ten aanzien van nog zeer jonge meisjes, wiens seksuele integriteit op een onherroepelijke wijze werd aangetast. De beklaagde lijkt op geen enkel ogenblik te hebben stilgestaan bij de verregaande gevolgen van dergelijke feiten op hun verdere ontwikkeling, of bij het leed dat hij heeft veroorzaakt bij de slachtoffers en hun ouders. Alle minderjarige slachtoffers hebben een fundamenteel besef van wat hun overkomen is, en zij hebben hieraan actieve herinneringen.

  • De rechtbank tilt ook bijzonder zwaar aan het gegeven dat de beklaagde schaamteloos zijn vertrouwens- en gezagspositie heeft misbruikt. Hij heeft hiermee op de meest grove wijze het in hem gestelde vertrouwen geschonden.

  • De rechtbank houdt rekening met het gegeven dat de beklaagde met een psychoseksuele problematiek kampt, zoals blijkt uit zijn eigen verklaringen en de psychiatrische verslaggeving. Gelet op de aard van de opgelegde straf, zal zijn begeleiding en opvolging echter moeten plaatsvinden in het kader van de strafuitvoering. Op zijn vraag om een (deel van de) straf met probatie-uitstel op te leggen, werd door de rechtbank niet ingegaan.

  • Hoewel de beklaagde zelf inzicht had in het problematisch karakter van zijn seksuele voorkeur, heeft hij geen enkele concrete stap tot begeleiding ondernomen. Hij deed ook geen enkele moeite om zichzelf seksueel te begrenzen. Hij zocht integendeel zelf het contact met de jonge meisjes op, en bracht zichzelf zo telkens opnieuw in de mogelijkheid om dergelijke feiten te plegen.   

  • Achter elk beeld van (anoniem) kindermisbruik schuilt telkens minstens één kind dat in de reële wereld fysiek en seksueel ernstig werd misbruikt. Door het verzamelen en verspreiden van dergelijke beelden heeft de beklaagde ook mee de vraag en het aanbod naar nieuwe beelden van misbruik aan (steeds meer verregaand) aangewakkerd. Hij zette dus minstens onrechtstreeks andere mensen aan tot seksueel kindermisbruik.

  • Een langdurige verwijdering van de beklaagde uit de samenleving is noodzakelijk om de maatschappelijke rust te laten weerkeren. Volgens de deskundige is de kans op herval in gelijkaardige feiten bovendien groot. Om de maatschappij bijkomend te beschermen, wordt de beklaagde na afloop van zijn straf ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank.

  • Het blanco strafverleden van de beklaagde.