18/07/2024

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen - afdeling Oudenaarde heeft twee beklaagden veroordeeld tot werkstraffen wegens poging tot oplichting. De tweelingbroers hadden een ontvoering geënsceneerd om hun groottante of de buurman van hun grootvader geld afhandig te maken. Daarnaast had een van de broers jarenlang geld overgeschreven van de bankrekening van zijn grootvader naar zijn eigen rekening.

Feiten

Op 14 mei 2024 kreeg de groottante van de tweelingbroers een oproep van het telefoonnummer van haar broer. Ze kreeg echter een van haar neven aan de lijn. Die vertelde haar dat zijn broer samen met een vriend was ontvoerd in Luxemburg. Ze hadden een kogel in hun voet en hoofd gekregen en ze zaten opgesloten in een kelder. De ontvoerders zouden 35.000 euro losgeld vragen. Omdat ze het verhaal niet geloofwaardig vond, stapte ze met haar zoon naar de politie. Ondertussen had de ene broer aan zijn grootvader gevraagd of die het losgeld niet via zijn buurman kon bekomen.

De politie besloot de telefoon te tappen. Zo stelden zij vast dat de broers op 15 mei 2024 met elkaar telefoneerden. Uit dat gesprek bleek dat er geen sprake was van een gijzeling, maar van opgezet spel. Uit verder onderzoek bleek dat een van de broers sinds 2020 geregeld grote geldsommen van de rekening van zijn grootvader haalde. Hij gaf toe dat het om 40.000 euro zou gaan.

Op 16 mei 2024 werd de eerste broer gearresteerd. Hij gaf toe dat hij de ontvoering van zijn broer had verzonnen om geld te bekomen om hun schulden af te betalen en een wagen te kopen voor hun grootvader. Nadien werd ook de tweede broer gearresteerd.

Tenlasteleggingen

De twee beklaagden moesten zich voor de rechtbank verantwoorden voor poging tot oplichting met verzwarende omstandigheden. De eerste beklaagde moest zich ook verantwoorden voor de manipulatie van informaticagegevens om onrechtmatig economisch voordeel te verwerven.

Strafmaat

De rechtbank heeft de eerste beklaagde veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur (met een vervangende gevangenisstraf van 4 maanden als de werkstraf niet wordt uitgevoerd) en een geldboete van 1.600 euro, waarvan de geldboete met uitstel voor een periode van 3 jaar.

De tweede beklaagde werd veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur (met een vervangende gevangenisstraf van 3 maanden als de werkstraf niet wordt uitgevoerd) en een geldboete van 1.600 euro, waarvan de geldboete met uitstel voor een periode van 3 jaar.

De rechtbank tilde zwaar aan de feiten. Beide broers stonden op geen enkel moment stil bij de enorme emotionele gevolgen voor de slachtoffers, in de eerste plaats hun eigen grootvader die instond voor hun opvoeding. Ze hielde ook geen rekening met de inzet en kosten van de mobilisatie van gerechtelijke en politionele diensten.