Zes beklaagden veroordeeld wegens drugshandel

16/03/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent heeft een vrouwelijke beklaagde als leider van een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar wegens de invoer, de verkoop en het bezit van cocaïne en synthetische drugs. Samen met vijf andere beklaagden werd de vrouw ook veroordeeld wegens voorbereidende handelingen met het oog op de invoer van cocaïne. 

Feiten 

Het gerechtelijk onderzoek startte op 6 september 2022 en werd onder andere gevoerd via telefonieonderzoek (waaronder SKY ECC) en tapmaatregelen. Hieruit bleek dat diverse mensen betrokken waren bij het smokkelen van cocaïne en synthetische drugs (MDMA). De drugs werden verwerkt in onder meer houtskool en kaolien (een kleisoort in poedervorm), en vervolgens via containers vanuit Zuid-Amerika naar België vervoerd. De ladingen werden daarna overgebracht naar diverse loodsen waar de drugs werden gescheiden van de legale grondstoffen, onder meer door extractie via een chemisch proces (in een zogenaamde cocaïnewasserij).

Bij deze smokkelactiviteiten speelde een vrouw een cruciale rol. Zij was zaakvoerder van diverse vennootschappen die elk op hun manier betrokken waren bij het invoeren en verwerken van de drugs. Samen met de tweede beklaagde beheerde ze een Belgisch-Bulgaarse vennootschap die houtskool importeerde van Colombiaanse bedrijven. Via deze e vennootschap werden ook verschillende loodsen gehuurd (onder meer in Tielt, Aalter en Zele). De onderzochte feiten hadden betrekking op de periode van 13 januari 2017 tot en met 16 juni 2023.

Tussen 14 april en 16 juni 2023 werden er ook plannen gemaakt om 500 kilogram cocaïne in te voeren via een zoutboot vanuit Bonaire in de Gentse haven. Voor deze uithaling werd de hulp ingeroepen van enkele tussenpersonen en van enkele arbeiders uit de Gentse haven (vierde – vijfde – zesde – zevende beklaagde).

Op 16 juni en 17 juni 2023 ging de politie over tot huiszoekingen bij de diverse beklaagden. Zowel gsm-toestellen, simkaarthouders, informaticamateriaal, bankkaarten, boekhoudkundige documenten, een hoeveelheid cannabis, cocaïne, een voertuig en cash geld werden in beslag genomen.

Tenlasteleggingen

Op basis van het onderzoek moesten zeven beklaagden zich voor de rechtbank verantwoorden voor onder andere:

  • invoer, verkoop en bezit van cocaïne en synthetische drugs (MDMA) (eerste, tweede en derde beklaagde) *
  • leidend persoon van een criminele organisatie (eerste beklaagde)
  • lidmaatschap van een criminele organisatie (tweede t.e.m. zevende beklaagde)
  • witwassen (eerste, tweede en derde beklaagde)
  • voorbereidende handelingen met het oog op invoer van cocaïne (alle beklaagden m.u.v. derde beklaagde) * 
  • het onrechtmatig binnendringen in een havenfaciliteit (tweede en zevende beklaagde) ** 
  • verkoop en bezit van cannabis (eerste en tweede beklaagde) *
  • verkoop en bezit van cocaïne (vijfde beklaagde)

* met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf een daad van deelneming is aan een vereniging.

** met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen.

Beoordeling rechtbank

Er was volgens de rechtbank effectief sprake van een criminele organisatie. Meer bepaald bestond er een gestructureerd samenwerkingsverband, met de bedoeling om via vrachtschepen cocaïne en synthetische drugs (MDMA) vanuit Zuid-Amerika in te voeren naar België. De leden maakten daarbij gebruik van vennootschappen. Om de drugs te verhullen en de transporten een schijn van legitimiteit te geven, werden reguliere goederen (zoals houtskool, kaolien of zout) als deklading gebruikt. Binnen de organisatie bestond een duidelijke taakverdeling, waarbij men op zeer georganiseerde wijze te werk ging. Zo werden onder meer geëncrypteerde gsm-toestellen gebruikt om onderling te communiceren.

De eerste beklaagde

De eerste beklaagde is een vrouw die een leidinggevende rol bekleedde binnen de organisatie. Zij organiseerde mee het transport van cocaïne en MDMA. Zo reisde ze geregeld naar het buitenland, onder meer naar de Latijns-Amerikaanse landen vanwaar de cocaïne afkomstig was, om ter plaatse contacten te leggen. Ze onderzocht hoe de drugs zo goed mogelijk konden worden verborgen, welke opsporingsmethodes werden toegepast in de haven, en of ze akkoorden kon sluiten met douaniers. 

In België huurde ze via een van haar vennootschappen verschillende loodsen (onder meer in Tielt, Aalter en Zele) om de ingevoerde drugs uit te halen en verder te verwerken. Hierbij stuurde ze andere leden aan. 

Hoewel er sterke aanwijzingen zijn dat de eerste beklaagde reeds vanaf 13 januari 2017 betrokken was bij de smokkelactiviteiten, zijn er pas bewijzen voorhanden vanaf 27 oktober 2019 (namelijk de datum waarop ze een SKY ECC-cryptofoon in gebruik nam). 

De eerste beklaagde had bovendien ook een aansturende en coördinerende rol bij de plannen voor het invoeren van 500 kilogram cocaïne via een zoutboot, en dit in de periode van 14 april 2023 tot en met 16 juni 2023. 

Tweede en derde beklaagde

De tweede beklaagde is de ex-man van de eerste beklaagde. Als officieel zaakvoerder van de Bulgaarse vennootschap, die intussen ook in België was geregistreerd, stond hij in voor de internationale aan- en verkoop van houtskool. Hij betaalde ook tijdelijk voor de huur van de loods in Tielt. Hij ging ook actief op zoek naar dokwerkers die wilden meewerken aan de uithaling van de drugs.

De derde beklaagde is de pleegvader van de eerste beklaagde. Hij was achter de schermen betrokken bij de Bulgaars/Belgische vennootschap. Daarnaast was hij zaakvoerder van een onderneming die rechtstreeks enkele ladingen houtskool of kaolien financierde. Hij stelde zich borg voor de loods in Tielt en betaalde tweemaal de huur ervan. Zijn bedrijf ging eind 2020 failliet als gevolg van de coronapandemie.

Hoewel de rechtbank vaststelt dat er op basis van deze elementen sterke aanwijzingen zijn dat beide beklaagden actief betrokken waren bij de criminele organisatie en deelnamen aan de activiteiten ervan, kon het onderzoek hun vermeende rol niet in kaart brengen. Het dossier bevat onvoldoende elementen om met de vereiste gerechtelijke zekerheid te kunnen besluiten dat de tweede en de derde beklaagde zich wetens en willens als (mede)dader schuldig zouden hebben gemaakt aan de invoer en verkoop van cocaïne of synthetische drugs en/of de deelname aan de voormelde criminele organisatie sinds begin 2017.

De tweede beklaagde maakte zich wel schuldig aan het stellen van voorbereidende handelingen met het oog op de invoer en uithaling van cocaïne in de Gentse haven in de periode van 14 april 2023 tot en met 16 juni 2023 (met name 500 kilo cocaïne via een zoutboot). Hij is tevens schuldig aan de verkoop van cannabis in het kader van een vereniging.

Vrijspraak voor witwassen

Binnen de Belgisch/Bulgaarse vennootschap bestonden er diverse onderlinge geldtransacties tussen de bestuurders (eerste en tweede beklaagde) en de investeerder (derde beklaagde). Hoewel er  aanwijzingen zijn dat deze transacties gelieerd zijn aan criminele activiteiten, kan niet boven iedere gerede twijfel worden uitgesloten dat er via deze vennootschap ook legale activiteiten plaatsvonden. De betrokken geldtransacties konden dus ook een legale herkomst hebben. Het onderzoek heeft de omstandigheden rond deze geldstromen onvoldoende in kaart gebracht, zodat de rechtbank in het duister tast over de herkomst ervan. Bijgevolg worden de drie beklaagden vrijgesproken van deze tenlasteleggingen.

Vierde – vijfde – zesde - zevende beklaagde

Deze beklaagden zijn allen schuldig aan het stellen van voorbereidende handelingen met het oog op de invoer en uithaling van cocaïne in de Gentse haven (met name 500 kilo cocaïne via een zoutboot) in de periode van 14 april 2023 tot en met 16 juni 2023.

De vierde en vijfde beklaagde stelden hun expertise als havenarbeider ter beschikking en zorgden voor toegang tot het havengebied voor de tweede en de zevende beklaagde. Zij zouden ook instaan voor de uithaling op de dag van aankomst van het transport. 

De zesde en de zevende beklaagde legden niet enkel de contacten tussen de tweede beklaagde en de havenarbeiders, maar waren ook actief betrokken bij het uitwerken van het plan.

De vijfde beklaagde heeft zich bovendien ook schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne.

Strafmaat

Eerste beklaagde 

Een effectieve gevangenisstraf van 7 jaar en een geldboete van 200.000 euro.

Tweede beklaagde

Een gevangenisstraf van 30 maanden met uitstel voor een termijn van 5 jaar (met uitzondering van de ondergane voorlopige hechtenis), en een geldboete van 8.000 euro waarvan de helft met uitstel voor een termijn van 3 jaar. Een bedrag van 900 euro en een voertuig VW Polo werden verbeurd verklaard.

Vierde beklaagde

Een werkstraf van 100 uur en een geldboete van 8.000 euro waarvan de helft met uitstel voor een termijn van 3 jaar. Daarnaast wordt hem een havenverbod voor een termijn van 5 jaar opgelegd.

Vijfde beklaagde

Een gevangenisstraf van 2 jaar met uitstel voor een termijn van 5 jaar (met uitzondering van de ondergane voorlopige hechtenis), en een geldboete van 8.000 euro waarvan de helft met uitstel voor een termijn van 3 jaar. Daarnaast wordt hem een havenverbod voor een termijn van 5 jaar opgelegd.

Zesde beklaagde

Een werkstraf van 120 uur en een geldboete van 8.000 euro waarvan de helft met uitstel voor een termijn van 3 jaar.

Zevende beklaagde

Een werkstraf van 120 uur en een geldboete van 8.000 euro.

Motivering rechtbank

De rechtbank hield bij het bepalen van de strafmaat onder andere rekening met volgende elementen:

  • De ernst van de feiten, waarbij op sterk georganiseerde en grootschalige wijze te werk werd gegaan. De beklaagden handelden uit puur geldgewin en hebben manifest onvoldoende normbesef getoond. 

  • Door verdovende middelen in grote hoeveelheden in te voeren, creëert men de bron waar honderden kleinere dealers nadien uit putten om de drugs finaal bij een enorme groep eindgebruikers te brengen. Via deze praktijken houden zij finaal de verslaving van anderen en de productie van drugs in stand, met alle nadelige gevolgen voor de samenleving.

  • Het strafverleden van de beklaagden en hun medewerking aan het onderzoek.